algemene bepalingen

1.1 Wat is de afsprakennota vrijetijdsparticipatie?

Een samenwerkingsovereenkomst tussen de gemeente (de gemeentelijke diensten bevoegd voor vrije tijd), het OCMW en de lokale Verenigingen Waar Armen het Woord Nemen of organisaties die mensen in armoede in hun werking als doelgroep hebben in functie van de verbreding en verdieping van de participatie aan cultuur, jeugd en sport van personen in armoede.

1.2 Wat is het doel van de afsprakennota?

  • Via een lokaal netwerk de participatie in cultuur, jeugdwerk en sport te stimuleren door te werken aan het slechten van participatiedrempels voor personen in armoede.
  • De Vlaamse overheid wil hierbij in eerste instantie dat op lokaal vlak kwaliteitsvolle processen worden verder gezet of opgezet. De middelen moeten rechtstreeks ten goede komen aan de doelgroep mensen in armoede.
  • Randvoorwaarde èn tegelijk doelstelling is de realisatie van een duurzame dialoog tussen alle betrokken partners.

1.3 Wat moet er in de afsprakennota staan?

  • De wijze waarop de middelen zullen worden aangewend voor de financiering van de deelname door personen in armoede aan vrijetijdsinitiatieven, - activiteiten en – verenigingen, en voor de ondersteuning en financiering van social-profitinitiatieven op sportief, jeugdwerk – of cultureel vlak. Het gaat hier zowel over de trekkingsrechten als de eigen inbreng.
  • De betrokken partners bij de opmaak van de afsprakennota en hoe ze verder worden betrokken bij de uitvoering en opvolging.

1.4 Komt er veel papierwerk bij kijken?

Nee. De afsprakennota is zeer beknopt en wordt beperkt tot de hoofdlijnen.

1.5 Wie zijn de partners die minimaal moeten betrokken worden?

  1. De gemeentelijke dienst(en) bevoegd voor vrije tijd.
  2. Het Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn (OCMW)
  3. De verenigingen van personen in armoede of een andere relevante lokale organisatie die in hun werking personen in armoede als doelgroep hebben.

1.6 Wie tekent de afsprakennota vrijetijdsparticipatie?

De drie verplichte partners tekenen de afsprakennota. Dit wil zeggen, het gemeentebestuur, het OCMW en de vereniging van personen in armoede of een andere relevante organisatie die in hun werking personen in armoede als doelgroep hebben.

1.7 Wanneer dien je een afsprakennota in?

Een subsidieaanvraag moet uiterlijk op 1 oktober van het jaar dat de gesubsidieerde periode voorafgaat, worden ingediend. Bij goedkeuring loopt de subsidie tot het eerste jaar van de volgende gemeentelijke bestuursperiode.

1.8 Wie dient de aanvraag in?

De gemeente dient de aanvraag in.

1.9 Aan welke voorwaarden moet de afsprakennota voldoen?

  1. De nota moet opgemaakt en gedragen zijn door drie verplichte partijen.
  2. De nota moet beschrijven op welke wijze de middelen (zowel de trekkingsrechten als de eigen ingebrachte middelen) zullen worden aangewend voor de financiering van de deelname van personen in armoede aan vrijetijdsinitiatieven, - activiteiten en –verenigingen en voor de ondersteuning en financiering van social-profitinitiatieven van of voor personen in armoede op het vlak van jeugd, sport en cultuur.
  3. De nota moet beschrijven wie deel uitmaakt van het samenwerkingsverband en op welke manier verder zal worden samengewerkt.

1.10 Hoe dien je de lokale afsprakennota in?

Als de afsprakennota klaar en goedgekeurd is door de betrokken partners, dan wordt
ze aan de Vlaamse overheid bezorgd in twee exemplaren samen met een subsidieaanvraag in de vorm van een begeleidende brief, per aangetekend schrijven of tegen ontvangstmelding en elektronisch op volgend adres:

1.11 Wanneer wordt de afsprakennota goedgekeurd?

De minister beslist voor 31 december na het indienen van de afsprakennota over de subsidiëring van de lokale netwerken. Indien de aanvraag goedgekeurd wordt, moet de technische uitwerking van de afsprakennota operationeel zijn vanaf 1 januari van het jaar waarin de subsidie wordt toegekend.

1.12 Hoe lang geldt de afsprakennota?

De afspraken gelden tot en met het eerste jaar van de volgende bestuursperiode van de gemeenten. Dus tot en met 2013.

1.13 Kan de afsprakennota gewijzigd worden na goedkeuring?

De verantwoordingsnota kan gebruikt worden om de afsprakennota bij te sturen. Bijsturen kan zowel naar inhoud als naar partners. Tijdens de rit kan men immers nieuwe noden vaststellen waarop men wil inspelen, wil men prioriteiten bijstellen of nieuwe partners betrekken. Alle betrokken partners dienen wel akkoord te gaan met de wijzigingen.

1.14 Waaruit bestaat de jaarlijkse verantwoordingsnota?

Elk jaar bezorgt de gemeente voor 1 april een verantwoordingsnota aan de Vlaamse
overheid, met hierin:

  1. Een opgave van de gerealiseerde uitgaven voor de uitvoering van de afsprakennota. Dat overzicht verantwoordt zowel de subsidies als de eigen inbreng en bevat de loutere verdeling van de middelen over de verschillende initiatieven. Er moeten geen financiële bewijsstukken of andere verwijzingen aan toegevoegd worden.
  2. Een verklaring van het gemeentebestuur waarin wordt aangegeven in welke mate de afsprakennota werd uitgevoerd zoals gepland, of werd gewijzigd en waarom.

1.15 Wat als we niet komen tot een afsprakennota?

In oktober 2011 kan opnieuw een afsprakennota ingediend worden. Een lokaal netwerk kan ervoor kiezen om een informele nota op te maken. Op die manier ontvangt de gemeente geen Vlaamse subsidies, maar worden wel acties ondernomen ter bevordering van vrijetijdsparticipatie van mensen in armoede.

1.16 Hoe verloopt de klachtenprocedure die voorzien is in het decreet?

Alle verplichte partners en betrokkenen bij de afsprakennota kunnen klacht indienen tegen de opmaak of de uitvoering van de afsprakennota.
Het decreet bepaalt dat de klacht maar behandelbaar is als die wordt vergezeld
van een advies van een gemeentelijke adviesraad.

  • De klacht moet worden ingediend ten laatste 2 maanden nadat de afsprakennota of de verantwoordingsnota is ingediend. De administratie bezorgt binnen zeven werkdagen een ontvangstmelding, zowel aan de indiener als aan de betrokken besturen en de lokale adviesraad die over de klacht een advies heeft gegeven.
  • De administratie vraagt het standpunt van het college van de betrokken besturen en kan, op verzoek van een van de betrokken partijen, bemiddelen. Als de administratie de bemiddeling stopzet, spreekt de minister zich uit over de klacht en het al dan niet toekennen of terugvorderen van subsidies binnen een termijn van zestig dagen.

1.17 Welke Vlaamse administratie geeft de correcte informatie aan de lokale besturen en organisaties/verenigingen omtrent de afsprakennota en de lokale netwerken?

U kunt terecht bij het Agentschap Sociaal en Cultureel Werk. Op deze website vindt u de regelgeving omtrent ‘lokale netwerken personen in armoede’ terug.