besteding financiële middelen

2.1 Welke middelen zet de Vlaamse overheid in?

De Vlaamse overheid stelt een budget ter beschikking per gemeente op basis van
twee parameters:

  1. het aantal rechthebbenden op maatschappelijke integratie
  2. het aantal rechthebbenden op een verhoogde verzekeringstegemoetkoming
    De exacte bedragen vindt u op deze website

2.2 Welke middelen zet de lokale overheid in?

  • Van de lokale overheid wordt gevraagd dat ze het dubbele van de Vlaamse subsidies inbrengen. Dit bedrag kan zowel bestaan uit middelen van het OCMW als van het gemeentebestuur.
  • De lokale overheid moet geen nieuwe middelen investeren. De meeste gemeenten en OCMW’s maken al geld vrij voor de vrijetijdsparticipatie van personen in armoede, bijvoorbeeld middelen binnen de cultuur-, sport- en jeugdwerkbeleidsplannen en het KB socio-culturele en sportieve participatie voor de OCMW's.
  • Opmerking: ‘inbrengen’ betekent hier niet ‘afstand doen van’: elk bestuur of elke dienst kan perfect de middelen blijven beheren.

2.3 Waarvoor kunnen de middelen worden besteed?

  • Voor de financiering van de deelname door personen in armoede aan vrijetijdsinitiatieven, - activiteiten en – verenigingen binnen en buiten de gemeente, met inbegrip van lidgelden en de voor deelname noodzakelijke benodigdheden. Bijvoorbeeld de financiering van het lidgeld voor een jeugdbeweging en de aankoop van een verplicht uniform.
  • Voor de ondersteuning en financiering van social-profitinitiatieven van of voor personen in armoede op sportief, jeugdwerk- of cultureel vlak.
  • Gederfde inkomsten: het verschil tussen het volledige tarief en het voordeeltarief.

2.4 Waarvoor kunnen de middelen NIET worden besteed?

  • Alle kosten die verbonden zijn aan de ondersteuning van het lokaal netwerk en de totstandkoming van de afsprakennota.
  • Personeelskosten
  • Communicatiekosten
  • Opleidingskosten
  • Vorming

2.5 Kunnen schoolactiviteiten gesubsidieerd worden?

Neen, wanneer het gaat om activiteiten die tijdens de schooluren plaats vinden.
Ja, wanneer het gaat om vrijetijdsactiviteiten die na de schooluren door de school worden georganiseerd. Bijvoorbeeld een theaterbezoek op woensdagnamiddag, een sportdag op zaterdag, muziekinitiatie na schooltijd

2.6 Kan de gemeente haar toelagen/kortingen beperken tot activiteiten die plaats vinden in de eigen gemeente?

Ja, het lokaal netwerk kan zelf de prioriteiten bepalen en dus de activiteiten beperken tot de eigen gemeente. Maar het decreet vermeldt expliciet dat de middelen ook kunnen gebruikt worden voor activiteiten die plaats vinden buiten de eigen gemeente.

2.7 Kunnen niet-inwoners die lid zijn van een vereniging in de gemeente, gebruik maken van de middelen?

Ja, het is een keuze van de lokale overheid of ze ‘inwoner zijn van’ al dan niet hanteren als criterium. In het decreet zelf zijn hierover geen bepalingen opgenomen.

2.8 Moeten de trekkingsrechten uitgeput worden in het lopende kalenderjaar?

Ja. Alle geplande uitgaven moeten jaarlijks gerealiseerd worden. De middelen 'opsparen' voor bijvoorbeeld een groter evenement het volgende werkjaar is niet mogelijk.

2.9 Kunnen personeelskosten ingebracht worden?

Neen. Binnen de regelgeving betreffende de subsidiëring van lokale netwerken voor de bevordering van de vrijetijdsparticipatie van personen in armoede (cf. art. 22 van het Participatiedecreet van 18 januari 2008) kunnen personeelskosten van de gemeente en het OCMW niet worden ingebracht ter verantwoording van de subsidie.

2.10 Kan de lokale afsprakennota samen gaan met de federale middelen uit de sociaal culturele en sportieve participatie?

Ja. De middelen die het OCMW in het kader van het KB ‘socio-culturele en sportieve participatie voor OCMW’s’ ontvangt, kunnen worden ingebracht in de verantwoording voor de subsidies in het kader van de lokale netwerken. De integratie van de werking die het OCMW met deze middelen realiseert, moet dan in samenspraak met de andere partners in de afsprakennota worden opgenomen.

2.11 Kan de uitvoering van een afsprakennota stopgezet worden?

Ja. Een gemeente kan jaarlijks beslissen om de uitvoering van de afsprakennota vrijetijdsparticipatie voor de resterende beleidsperiode stop te zetten. Dit impliceert automatisch de stopzetting van de subsidiëring.

2.12 Wordt een voorschot uitbetaald als de minister de afsprakennota voor subsidiëring heeft aanvaard?

Ja. Er wordt jaarlijks een voorschot uitbetaald voor het betreffende begrotingsjaar van de beleidsperiode. Dat voorschot bedraagt 80 procent van het bedrag waarop het gemeentebestuur recht heeft.