4.1 Wie zijn de partners die minimaal moeten betrokken worden?
- De gemeentelijke dienst(en) voor vrije tijd verantwoordelijk voor cultuur, jeugd en sport.
- Het Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn (OCMW)
- De verenigingen van personen in armoede en andere relevante lokale organisaties die in hun werking personen in armoede als doelgroep hebben.
4.2 Welke mogelijk partners kunnen nog betrokken worden?
Mogelijke partners zijn afhankelijk van de lokale context en de organisaties in de regio.
Een niet exhaustieve lijst:
- een verscheidenheid aan gemeentelijke diensten: welzijn, stedenbeleid, communicatie, bibliotheek, CC, zwembad, diversiteitsambtenaar, integratiedienst, dienstencentra, ...
- samenlevingsopbouw
- adviesraden
- volkshogescholen
- kunsteducatieve organisaties
- jeugdwerk met maatschappelijk kwetsbare kinderen en jongeren
- straathoekwerk
- buurtwerkingen
- welzijnsschakels
- basiseducatie
- kringloopcentrum
- CAW
- Scholen
- SOS Schulden op School
- stedelijke academies
- mutualiteiten
- samenwerkingen met socio-culturele of sportieve verenigingen
- seniorenraad
- ACW
- een samenwerking met MPI's, orthopedagogisch centrum, psychiatrisch ziekenhuis, beschutte werkplaats, ...
- interculturele partners: Turks socio-culturele en onderlinge bijstandsvereniging, Odice
- politieke mandatarissen
- …
4.3 Zijn lokale organisaties/verenigingen van en met mensen in armoede verplicht om in het netwerk te stappen?
Neen, er is geen verplichting voor de verenigingen om in te stappen. Er is wel een verplichting voor het netwerk om samen te werken met verenigingen of organisaties die mensen in armoede als doelgroep hebben.
4.4 Als er geen vereniging van mensen in armoede aanwezig is, geldt een samenkomst of vergadering van personen in armoede dan als een feitelijke vereniging?
Ja. Een feitelijke vereniging van een groepje personen in armoede kan inderdaad als verplichte derde partner, naast de vrijetijdsdiensten van de gemeente en het OCMW deel uitmaken van het lokale netwerk.
