DOEL
- De vrijetijdsparticipatie van mensen in armoede bevorderen kan je niet vanuit één organisatie of vanuit één werkdomein. Het is noodzakelijk dat de kennis van actoren uit oa cultuur-, jeugdwerk, sport- en sociale sector wordt samen gebracht. Daarbij mag de ervaring van de doelgroep zelf niet over het hoofd gezien worden.
- Participatie van de doelgroep leidt meestal tot betere implementatie van de initiatieven, het makkelijker bereiken van de doelgroep en tot projecten die nauw aansluiten bij de noden van de doelgroep.
- Maar hoe stel je nu een lokaal netwerk samen?
- Het lokaal netwerk is inspirerend als het bestaat uit een breed gamma van partners. Ze kijken elk op hun eigen manier vanuit een andere discipline naar vrijetijdsparticipatie van mensen in armoede.
- Als iedereen die een rol kan spelen ook betrokken is, dan is de kans klein dat er overlappende acties worden opgezet.
- Anderzijds moet het netwerk wel werkbaar blijven en mag dus ook niet té groot zijn. Optie is om met werkgroepen en een stuurgroep of kerngroep te werken. Sta alvast even stil bij volgende vragen.
- Hoeveel en welke werkgroepen zijn er? (Wat werken de werkgroepen uit? Welke partners zitten er in? Hoe wordt er teruggekoppeld naar de stuur- of kerngroep en naar de andere werkgroepen?)
- Kunnen de beslissingen autonoom genomen worden of moet er eerst teruggekoppeld worden met de stuur- of kerngroep? Voor welke beslissingen geldt dit?
- …
- De trekker is de procesbegeleider van het netwerk.
BELANGRIJKE AANDACHTSPUNTEN
- Hoe spoor je belangrijke partners op? De zoektocht naar actoren en zeker naar de doelgroep verloopt niet overal van een leien dakje. Het komt er op neer mensen te betrekken die overtuigd zijn van het werken aan vrijetijdsparticipatie van kansengroepen.
- De zoektocht naar de relevante partners staat uiteraard in relatie met de doelgroep. Dus formuleer duidelijk , het liefst op basis van de lokale sociale realiteit, wie je doelgroep is. Focus je vooral op een leeftijdsgroep (kinderen en jongeren, senioren, …), misschien wordt de doelgroep wel geografisch afgebakend en worden enkele buurten of wijken centraal gesteld, wordt er een inkomensgrens gehanteerd, … ?
- Ga vooral op zoek naar:
- Lokale (of regionale) actoren die werken met de doelgroep en/of hun omgeving. lees hierover meer in dit document
- Lokale actoren die werken rond cultuur, jeugdwerk en sport. Dit kunnen zowel organisaties, verenigingen, (lokale) beleidsactoren, en dergelijke zijn.
- Tijdens je zoektocht kan je ook gebruik maken van volgende bronnen:
- de sociale kaart
- via de olievlektechniek: elk betrokkene brengt je op het spoor van een andere. Vraag expliciet aan de betrokkenen in het netwerk of zij nog andere relevante actoren kennen.
- Neem een kijkje in de andere lokale beleidsplannen (cultuur-, sport-, jeugdwerk- en sociaal beleidsplan)
- Vertrek vanuit reeds bestaande formele of informele samenwerkingen
- Hoe motiveer je lokale actoren om in het lokaal netwerk te stappen?
- Zorg ervoor dat de gevraagde actoren ook echt een inbreng hebben en dat niet alles op voorhand vastligt. Benader de lokale actoren ook vanuit die eigen inbreng. Deze lokale actoren overtuigen heeft het meeste slaagkansen als het voor hen duidelijk is dat het voor hun eigen organisatie of doelgroep voordelen oplevert. Dat vrijetijdsparticipatie verenigbaar is met hun eigen doelstelling en missie, hun bijdrage duidelijk is en niet te complex, hun bijdrage niet te veel investering vraagt, dat de middelen die eraan besteed worden goed besteed zijn, de eigen organisatie zichtbaar is binnen het netwerk (imago), eigen accenten mogelijk zijn, hun inbreng belangrijk is om het netwerk volledig aan te passen aan de lokale context.
- Betrek de juiste mensen in je lokaal netwerk door hen persoonlijk aan te spreken of te schrijven.
- Spring zorgzaam om met de participatie van de verenigingen van mensen waar armen het woord nemen. lees hierover meer in dit document
- Zorg ervoor dat alle actoren over de nodige informatie beschikken.
- Geef een duidelijke timing zonder al te veel op de details in te gaan.
- Baken duidelijk af welk engagement gevraagd wordt.
- Respecteer een neen, maar zorg er wel voor dat je de motivatie kent.
- Hanteer een open communicatie in het lokaal netwerk.
Valkuilen
- De meeste mensen in het lokaal netwerk hebben dezelfde ervaring en visie. Er zitten te weinig betrokkenen rond de tafel die de thematiek met andere ogen kunnen bekijken. Dit zorgt voor een eenzijdige benadering.
- Er is een té uitgebreid lokaal netwerk samengesteld. Dit vertraagt de besluitvorming.
- Er is geen gelijkwaardigheid tussen de lokale actoren. Sommige actoren voelen zich meer en willen alles beslissen.
- Sommige actoren hanteren geen open communicatie uit angst of wantrouwen wat de anderen met de verkregen informatie zal doen.
- De inbreng is onevenwichtig. Sommige actoren geven alles, anderen bijna niets.
- De actoren hebben niet de kans gekregen om suggesties te doen bij de opmaak van de planning, doelstellingen, enz van het lokaal netwerk.
- Er is geen duidelijke taakverdeling afgesproken in het lokaal netwerk.
- Er zijn nog al wat actoren die niet autonoom beslissingen kunnen nemen of die telkens teruggefloten worden door hun eigen organisatie.
- Overleg is belangrijk en noodzakelijk, maar het mag geen excuus zijn om geen actie te ondernemen. Wanneer blijkt dat het lokaal netwerk vooral leidt naar veel geblaat, dan zal de motivatie snel wegvloeien bij de leden van het netwerk.
- Het lokaal netwerk is te ambitieus. Te veel met de te weinig draagvlak, tijd en middelen.
Achtergrondinformatie
- Wijckmans, J., Dierckx, D. (2009) Verboden voor onbevoegden. Naar lokale netwerken voor meer participatie aan cultuur, jeugdwerk en sport. Acco. Oases.
- L’Enfant, R. (2009). De knepen en knopen van netwerking. In: Bultynck, M. (red). (2009). 360° participatie. Epo. Demos.
